in

De eerste generatie van de Mazda 323. Value for money. En wegbereider.

©Mazda

Onlangs werd de teller van vijf miljoen geproduceerde exemplaren aangetikt: Mazda bereikte met de 3 (en voorganger 323) dit respectabele aantal. Vanaf de introductie van 1000/1300 opvolger- de eerste 323 rolde in januari 1977 van de band- mocht de compacte hatchback uit Japan zich direct in een grote populariteit verheugen. En in februari 1977 maakte de 323 zijn Europese debuut in het land dat gek is op het begrip “veel auto voor een scherpe prijs”: Nederland. De plaats van handeling was de Amsterdam Auto RAI.


Twee krachtbronnen in het eerste jaar
Zoals gezegd: Van meet af aan was de belangstelling voor de 323 enorm. Een nieuwe moderne vormgeving, een uitstekende basisuitrusting, praktische bruikbaarheid en een de genoemde concurrerende scherpe prijsstelling lieten zich uitstekend verhouden tot de keuze uit een drie- en vijfdeurs variant en twee motorvarianten: de 985 cc/45 PK variant (aanvankelijk toebedeeld aan de al goed uitgeruste basisuitvoering EL) én de 1.272 cc/60 PK krachtbron, die voor de luxe ES was voorbehouden en geleverd kon worden in combinatie met een 4-bak, een 5-bak of een automatische transmissie. De krachtbronnen werden uitgevoerd met 1 bovenliggende nokkenas.

In 1978 kwam de Estate op de markt, welke- in aangepaste vorm- ook de stationvariant van de tweede generatie werd. Afbeelding: Mazda
In 1978 kwam de Estate op de markt, welke- in aangepaste vorm- ook de stationvariant van de tweede generatie werd. Afbeelding: Mazda

Complete uitrusting, scherpe prijs
De Mazda 323 kenmerkte zich, zoals gezegd, door een complete uitrusting. Een in tweeën neerklapbare achterbankleuning, vaste hoofdsteunen, een elektrisch verwarmbare achterruit inclusief ruitenwisser en sproeier, stoffen vloerbedekking, klokken met ontspiegeld glas , 3-punts automatische gordels en verstelbare rugleuningen vormen slechts een greep uit het attractieve basispakket dat aan de EL-versie werd toebedeeld. De ES versie was nog uitgebreider, waarbij de echte meerwaarde zich in de reeds genoemde grotere krachtbron en transmissie mogelijkheden openbaarde. In 1978 werd het leveringspalet uitgebreid met de EC aan de onderkant van het gamma (een voor een spaarversie tamelijk complete auto). In datzelfde jaar zag ook de 323 SP het levenslicht: een in matzwart gespoten sportversie, welke tevens voorzien werd van de nieuwe 1.415 cc motor, welke 70 PK aan de krukas legde en een voor die tijd acceptabel maximum koppel van 114 Nm bij 3.200 toeren per minuut genereerde. In 1978 kwam ook de Estate op de markt, leverbaar in een drie en vijfdeurs uitvoering en louter te combineren met de nieuwe 1.415 cc motor, ook met één bovenliggende nokkenas.

Moderne auto met conventionele trekken
Qua vormgeving en indeling was de 323 een moderne auto: die betiteling ging minder op voor het onderstel en aandrijving en de mate waarin de carrosserie werd gedragen. Aan de voorzijde was de constructie bij de tijd: de wielen waren onafhankelijk opgehangen en werden gecombineerd met de schroefveren volgens de McPherson constructie. De achterzijde kende een starre as met schroefveren en een panhardstang. Het gaf de Mazda die typisch Japanse stugge trekjes mee in een weggedrag, dat zich overigens liet kenmerken als probleemloos. In tegenstelling tot diverse Europese tegenstrevers en enkele landgenoten werden de wielen aan de achterzijde aangedreven. De rem installatie- op iedere 323 met schijven aan de voorzijde en trommels aan de achterzijde- was conform het gebruikelijke in die tijd. De carrosserie was semi-zelfdragend.

Ondermeer herkenbaar aan de grote achterlichtunits: de facelift versie van de eerste generatie Mazda 323. Afbeelding: Mazda
Ondermeer herkenbaar aan de grote achterlichtunits: de facelift versie van de eerste generatie Mazda 323. Afbeelding: Mazda

Facelift
Generatie één kreeg in 1979 een facelift. Die liet zich met name aan de voor en achterzijde gelden. De grille met de grote ronde koplampen werd vervangen door een zakelijker vormgegeven front met rechthoekige koplampen. Aan de achterzijde werden de lichtunits vergroot. Qua motorisering verviel de 1.0 liter motor. Tot slot werden de type-aanduidingen anders. Een 323 was na de zomer van 1979 alleen leverbaar als SEC (alleen met 1.3), SN en SSP (alleen met 1.4 motor). De Estate was alleen als 1.4 SN leverbaar.  De facelift luidde het einde in van generatie één van een degelijk geconstrueerde auto met een moderne carrosserie, dito gebruiksmogelijkheden en veel, heel veel value for money.

Wegbereider
De eerste Mazda 323 mag daarom gerust worden gezien als wegbereider van het succes van de huidige 3. In 1980 werd hij opgevolgd door de tweede generatie van de 323. De Estate liep- ook als onderdeel van de tweede generatie- door tot en met 1986.

Written by Erik van Putten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

1969-Honda-CB750K0a

Klassiek belicht: De Honda CB 750 (1969-1978)

spoorrails aambeeld RUSTBUSTER

Waarom de treinen niet op tijd rijden?