in

De betrouwbaarheid van onze klassiekers

Met 150.000 km nog ZGAN

Er zijn zonder twijfel nog AMK lezers die zich herinneren dat een auto om de 2500 km een kleine beurt en verse olie moest hebben en dat een koppeling met zo’n 50D kilometer en een blok met ‘een ton erop’ echt ‘op’ was. Maar vanaf de jaren zeventig ging het heel goed met de betrouwbaarheid van de techniek. Dat was de tijd dat de techniek het doorgaans won van de roest die toen feitelijk over alle merken heen de slachting veroorzaakte. De Mercedes diesels waar mijn vader voor zijn werk in reed gingen weg met twee ton op de klok.

Sommige klassiekers zijn echte marathonlopers

Voor in Auto Motor Klassiek zijn we bezig met een Volvo 740 verhaal. Even tussendoor: Een abonnement op Auto Motor Klassiek is spotgoedkoop. En u hoeft dan niet meer naar buiten om uw lijfblad te halen. Want ‘buiten’ is momenteel een dingetje ondanks dat wij zeker niet in de wc rollenpaniek delen. De Volvo 740 sedans hebben viercilindermotoren die ongelofelijk taai zijn. Daarbij zijn ze volgens aardig wat mensen ook enorm lelijk. Maar de levensduur van de blokken? Daar is geld mee te verdienen, In Eefde staat een 740 met op een haar na 1.000.000 kilometer op de teller. Het zal Coronatechnisch mogelijk wat schuifwerk op de kalender geven, maar er komt ‘binnenkort’ een lokaal evenement waarvoor de eigenaar – voor een goed doel – lootjes gaat verkopen. De winnaar mag de Volvo over de zes nullen rijden. Daarna gaat de Volvo gewoon weer dagelijks zijn ding doen. Mooi toch? Grappig is dat er voor Volvo’s, Mercedessen en Saabs met tussen de drie- en de vijf ton nog steeds serieus geld wordt gevraagd.

Andere marathonlopers zijn bescheidener qua prijsstelling

Een bekende pendelde met zijn Citroën BX GTI tussen zijn woonplaats in centraal Nederland en zijn familie in Oostenrijk. De ritten gingen grotendeels over snelwegen en ongelimiteerde Autobahnen en waar het kon, daar was de reissnelheid 160+ km/u. Met vier ton + op de teller ging de BX in een ingewikkelde transactie, waarin een Saab Cabriolet een rol speelde, terecht bij zijn vorige eigenaar. Toen de koets te krokant werd, werd het 16 klepperblok in een andere BX gezet.

Een kennis die zijn Peugeot 504 diesel Break verspeelde deed dat omdat zijn aan de Lekdijk geparkeerde auto werd gespietst door de dissel van een ontsnapte tandemasser. Op dat moment had de diesel 680.000 gelopen, maar de disselpiercing was dodelijk.

Vriend Peter van Burik heeft zijn Lexus nu even pas op de plaats laten maken

Er zit wat werk aan. Dat is voornamelijk cosmetisch- en gewoon onderhoudswerk. De Lexus heeft 700.000 kilometers achter de rug. Waar autobouwers ooit trots op de toppen van hun kunnen produceerden, daar ligt de zaak nu vaak anders. Omdat alles tegenwoordig precies te bereken en te regelen is zien we nu dat veel auto’s nu een gecalculeerde levensduur van iets van 240D kilometer hebben. Fabrikanten hebben bedacht, en ze hebben de mogelijkheden om ervoor te zorgen dat hun producten niet meer ‘eeuwig’ mee gaan. Want eeuwig goed blijvende auto’s zijn een nadrukkelijke belemmering voor de verkoop van nieuwe auto’s.

En waar de mechanische techniek overeind blijft, blijkt de elektronica het pijnpunt. De economische restwaarde van veel moderne auto’s boven de 240.000 kilometer is dan ook vaak erg laag. Reparatie ‘komt dan niet uit’ omdat de reparatiekosten boven de marktwaarde uitkomen. Dus of ze ooit de klassiekerstatus halen? Jammer en zonde toch?

Ze redden het niet allemaal…
We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

7 Reacties

Geef een reactie
  1. tot plus minus 1998 stelden fabrikanten als volvo en mercedes er een grote eer in om ieder de allerbeste auto te fabriceren, en beconcurreerden zij elkaar daarin,
    daarna maakten ze afspraken om allemaal hetzelfde te doen: de auto mag meegaan tot 240.000 om daarna snel een nieuwe te gaan kopen…en lelijk dat de meeste zijn…
    ik rijd lekker eeuwig door in mijn 25 jarige volvo 940 estate, een top en super handige auto met alles er op en er aan… en met heel weinig en storende electronica….!

  2. We spreken over eind 1970, uit de tijd dat blokken met 150.000 km wel aan hun eind moesten komen. Reed toen Ami6 break. Omdat ik vaak Almelo-Amsterdam v.v. reed zocht ik was snellers. Oog viel op Volvo 121 van een jaar oud met 95.000 op de teller, prima proefrit gemaakt, maar om die ‘hoge’km stand niet aangekocht. Spijt spijt spijt, achteraf natuurlijk. Toen een Ford Cortina MkII GT aangekocht met 12.000 kms. Slecht ingereden door 74 jarige, die het gewoon een mooie auto vond, bij 35.000 aan motorrevisie toe! Mooie auto maar ongeschikt voor snelwegen, had ik maar…..

  3. Mijn Mercedes, door mijzelf nieuw gekocht in 2002, type E 270 CDI, heeft er ook bijna 700.000 opzitten.
    Ik heb nog nooit een druppel olie bijgevuld tussen de beurten.
    De wagen rijdt en functioneert nog volledig zoals het hoort.
    Ook optisch perfect.
    Helaas is het niet meer mogelijk in bepaalde steden binnen te rijden.

  4. Een aantal jaar geleden intussen stond ik te wachten bij de Borculose DSCXXM-specialist toen daar een man met zijn ’71-er DS 2.1liter aan kwam, net twee jaar daarvoor optisch gerestaureerd.
    Hij kwam vragen of het misschien verstandig was om nu het motorblok te doen, want het olieverbruik van een liter op de 2,5k vond hij toch wel veel..
    Op mijn vraag wat het blok gelopen had werd me kurkdroog gemeld; “1,2 miljoen…”..
    De verbazing moet van mijn gezicht af te lezen zijn geweest…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *