Column

Contactsleutels van € 1.400

By  | 

Motorfietsen zijn nog nooit zo goed geweest als nu. En waar in 1969 de 67 pk van Honda’s CB 750 Four echt teveel waren voor de secundaire kettingen en de achterbanden van toen, daar koop je nu zomaar een 100 % betrouwbare motor met tweehonderd pk aan boord.

Dat die 200 pk het nodig maken dat er een dozijn elektronische slaafjes mee moet is om te voorkomen dat de motor voor- of achterover slaat bij het remmen of accelereren, dat het koppel in de eerste twee- en de topsnelheid in de laatste twee versnellingen beperkt wordt, dat het achterwiel niet gaat stuiteren bij het terug schakelen? Dat soort dingen?

 

Het lijkt mij een beetje op twee strips Viagra opsnoepen om dan eens in de Wehkamp – of laat het ‘FonQ’- catalogus te gaan zoeken naar nieuwe onderzettertjes voor de eettafel.

Nog zo’n wat verwarrend stuk informatie kreeg ik onlangs te horen van een vriendin in wiens huis was ingebroken. Haar huis-, auto- en motorsleutels waren meegenomen. Nieuwe deursloten waren snel geregeld. Haar auto was een leasebak, die werd gewoon omgeruild. Maar een paar nieuwe sleutels en een contactslot voor haar motor moesten zo’n € 1.400 kosten. Want een moderne sleutel heeft doorgeleerd en moet ingelezen worden op, of in de boord software van een moderne motorfiets. En dat kost. Blijkbaar iets van € 1.400…


Vroeger was niet alles beter…

Toen het contactslot van mijn 1971’er Moto Guzzi onlangs de geest gaf, kon ik met alleen het boordgereedschap de draden even door verbinden. En route ging ik bij TLM in Nijmegen langs. Daar adviseerden ze me een imitatie Guzzislot te kopen. Imitatiesloten waren beter. Het slot en de sleutels kostten me € 35 en ik schroefde mijn nieuwe aanwinst voor de showroom aan mijn brave twin. Klaar!

Het rijden van een klassieke motorfiets is dus te verdedigen als ‘economisch verantwoord’.

Met die strijdkreet kom je in Nederland altijd weg. Maar er zijn meer manieren om uit te leggen waarom je klassiek rijdt. Mensen die er uit maatschappelijke overwegingen niet voor willen uitkomen dat klassiek rijden gewoon leuker, en veel intenser is dan rijden op een nagelnieuw exemplaar kunnen altijd los gaan op de duurzaamheidsfactor van het klassiekerrijden. Want wat al gemaakt is, daar zijn verder geen onvervangbare grondstoffen voor nodig.

Stel je voor wat al die moderne motorfietsen alleen al aan plestik opmaken. Straks zijn alle Chinese plestikmijnen leeg! En wat dan? Bovendien zijn klassieke motorfietsen  in Nederland om onverklaarbare redenen zo goedkoop dat 80 % van de aangeboden motoren naar het buitenland gaat. Als je hier dus een goede klassieker koopt, dan ben je dubbel goed af, want er op afschrijven hoef je ook bijna niet te doen.

Maar vooral ervaar je op een klassieke motorfiets alles wat marketeers en engineers, de enige twee groeperingen in de motorwereld die wel verjongd zijn, ons hebben afgenomen.

Op een klassieke motor ben je motorrijder. Geen passagier met beperkte inspraak. Op een klassieke motor ervaar je wat moderne motorrijders missen, of zelfs niet eens meer kunnen handlen.

Een moderne motor rijdende kennis en ik wisselden tijdens een tripje door de Ardennen eens van motor. Op zijn motor voelde ik me een beduidend betere piloot, een mechanische chirurg. Toen hij van mijn motor stapte was hij verbijsterd: “Rij je gewoon op dat ding? Hij remt niet en hij stuurt niet! Levensgevaarlijk!”

Mijn Guzzi is niet levensgevaarlijk. Hij is braaf. Je moet hem gewoon wat leren kennen. De moderne motor die plestikglanzend naast de mijne stond was zoveel beter dan mij ouwe Italiaan. Perfect bijna. Maar laat ik als onverbeterlijke romanticus nu niets met perfectie hebben…

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *