Bijzonder

Constructeur Pierre Tissier. Supersize ma Déesse

By  | 

Of een Citroën CX. Zelfs de XM kreeg mythische afmetingen in de werkplaats in Villeneuve-le-Roi.

Vreemde schoonheid
Pierre Tissier was een man met twee rechterhanden en een passie voor auto’s. Deze veel vaker voorkomende combinatie leidde voorheen echter niet vanzelfsprekend tot bijzonder succesvolle of wonderschone creaties. Integendeel. Wel in het geval van deze voormalige machinebankwerker. Hoewel zijn vroege creaties op basis van de legendarische DS esthetisch gezien best verrassend waren, was de combinatie van geslachtoffferde vorm en toegevoegde functionaliteit een hele bijzondere en daardoor juist weer van een vreemdsoortige schoonheid. En succesvol.

Logistiek
Tissier begon beginjaren 60 een klein autobedrijf in Villeneuve-le-Roi en legde zich vooral toe op het Franse merk Panhard. Daar was de anders zo chauvinistische lokale bevolking blijkbaar toch minder gecharmeerd van dan hijzelf, want het merendeel van zijn gebruikte Panhards verkocht Pierre Tissier aan zijn zuiderburen. De trage logistiek van een vrachtwagentje dat met een slakkengang naar Spanje op en neer reed, leek de noodgedwongen met de trein terugreizende entrepeneur ook geen bevredigende oplossing. Na de zoveelste tijdrovende aflevering van een Panhard kwam hij onderweg op het lumineuze idee om een comfortabele Citroën DS te verbouwen tot een snelle autotransporter. Eureka. De trein was zo gek nog niet.

Octrooi
De DS al helemaal niet: zijn voorwielaandrijving en vooral de hydropneumatische vering maakten de Déesse tot een uiterst stabiel en comfortabel platform. Erg plat zelfs. De Franse schoonheid werd zonder blikken of blozen achter de voordeuren afgezaagd en daar werd een drie-assig platform tegenaan gelast. Zo. De schoonheid van een DS was hiermee wel gehalveerd, minstens. Omgekeerd evenredig was de effectiviteit van de gemankeerde godin met minimaal 50% toegenomen. Het had wel wat. In elk geval veel wielen. En nog veel meer bekijks. Zelfs zoveel, dat Tissier in 1972 octrooi aanvroeg en deze multifunctionele snoek op aanvraag en in kleine series ging bouwen. Want behalve auto’s bleek er nog veel meer mee vervoerd of opgebouwd te kunnen worden: van ingewikkelde camera-stellages tot kleine helicopters. Pierre Tissier ’s geesteskind zeulde onverstoorbaar van alles in de rondte. De toepassingen waren zeer divers en dat gold ook voor de ideeën van Tissier. Zo ontwikkelde hij ook een dichte versie van de unieke duizendpoot, de fourgon. Deze bestelwagen werd ook gebouwd op basis van een DS sedan, maar nu met twee achterassen met 13 inch wielen. Het beest was weer een beauty geworden.

Hollander
Deze versie viel duidelijk in de smaak bij Hollander S.A. France, een koeriersbedrijf dat voornamelijk kranten door het noordelijke deel van Europa distribueerde. Zij waren bijzonder gecharmeerd van dit aantrekkelijke werkpaard en bestelden er meteen een dozijn. De 6,5 meter lange Citroëns vertrokken ‘s nachts vanuit Parijs en brachten beeldschoon en in een enorm hoog tempo een flinke lading kranten naar diverse Europese steden, dankzij hun laadvermogen van 2000 kg. Dat bracht het totaal op een kleine 4000 kg aan gewicht voor deze rappe besteller en omdat er natuurlijk niet getreuzeld kon worden met het laatste nieuws, kostte het op tijd leveren van de kranten nogal wat brandstof. De fourgons werden daarom standaard uitgerust met drie brandstoftanks, met een totale inhoud van 280 liter. Dat was ‘s morgens wel weer op.

Opvolgers
Constructeur Tissier bleef succesvol, er werd zelfs eenmalig een exclusieve Citroën SM omgebouwd tot autotransporter met vier hydropneumatische achterassen, en vanaf 1977 was dan ook de CX leverbaar als opvolger van de DS. In diverse korte of lange uitvoeringen als besteller, of als open transporter met zes of acht wielen. En net als bij hun voorgangers konden deze varianten met enkele of dubbele cabine geleverd worden. Hollander S.A. bleek een trouwe klant en bestelde een vloot CX-en in Villeneuve-le-Roi. In 1981 presenteerde Tissier de CX 14, een luxe personenuitvoering van de lange bestelwagen, waarin 14 bofkonten een comfortabele plaats vonden. Net zo uniek was de CX Penthouse, een camperversie met hefdak die een jaar eerder onthuld werd. Voor de werknemers die nog geen vakantie hadden waren er naast de “normale” vrachtversies bovendien de ambulances en speciale uitvoeringen voor gekoeld vervoer. Alles was mogelijk, als er maar minimaal drie assen onder zaten. Inmiddels toch een beetje zijn handelsmerk, of misschien had Pierre Tissier rijkelijk veel wielen ingekocht.

Einde
Die voorraad slonk blijkbaar gestaag, want opvolger XM werd door de vernuftige Fransen ook omgebouwd tot een langere versie met slechts een enkele achteras, de limousine. Uiteraard waren ook de bekende bestel- en ambulanceversies met meerdere achterassen van dit model leverbaar. Na de XM werd er nog geëxperimenteerd met de Jumpy als lange besteller of ambulance. Maar de grotere autofabrikanten gingen zelf ook steeds langere en zwaardere versies van hun eigen modellen leveren en de vraag naar ombouw nam sterk af. In 2007 sloot Pierre Tissier de deuren van zijn unieke bedrijf, in 2010 overleed hij. Hopelijk werd hij snel en comfortabel naar zijn laatste rustplaats gereden, op minstens drie assen.

1 Comment

  1. Joost

    11 februari, 2018 at 11:32

    Volgens mij is de witte cx een Loadrunner van de firma CX Basis en geen Tissier. De achterwielen staan te dicht bij elkaar namelijk.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X