Column

De Citroën Acadiane van Evert van Benthem

By  | 

Enkele jaren terug was ik present op het afscheidsfeest van mijn lagere schoolvriend Jan de Kroon. Hij had zijn bloembollenbedrijf aan de Kamperzandweg in Ens verkocht. Om politieke en economische redenen besloot hij met zijn gezin om naar Canada te vertrekken. Hij trad daarmee in de voetsporen van zijn zwager en zus. Zij waren rond de milleniumwissel al naar Noord-Amerika vertrokken om een nieuwe en vooral grotere impuls te geven aan hun boerenbestaan.

In het begin van de jaren tachtig was ik lid van de ijsvereniging in mijn geboortedorp en mijn toenmalige woonplaats Ens. De sympathieke zwager van Jan de Kroon was in die jaren betrokken bij de plaatselijk populaire club. In die jaren trof hij samen met Jannette- de oudste zus van Jan de Kroon- voorbereidingen voor het opbouwen van zijn boerenbedrijf, dicht bij zijn geboorteplaats Sint Jansklooster. In zijn vrije uurtjes werkte onze bescheiden, nuchtere en keihard werkende plaatsgenoot gestaag aan zijn marathoncarrière op het ijs. Die ervaringen bracht hij soms in de praktijk door jonge Ensenaren met talent voor schaatsen op winterse vrijdagavonden de fijne kneepjes bij te brengen.

 

Onoverdekt Thialf
Ieder jaar organiseerde onze ijsvereniging een paar keer een schaatsavond. Deze werd altijd gehouden op het ijs van het toen nog onoverdekte Thialf in Heerenveen. Daar was ik graag bij, niet in het laatst omdat de 45 kilometer van Ens naar Heerenveen vice versa per auto werden afgelegd. Ik verheugde mij dan vooral op een rit in een andere auto dan die van mijn ouders. De Peugeot 304, de Volvo 244 GL of de BMW 1502 van de ouders van een vriendje of vriendinnetje hadden dan veel aantrekkingskracht. Net zoals de Acadiane van de man die op dat moment veel inspanningen verrichte om de stap naar de eredivisie in marathonland te maken.

Bijzondere belangstelling voor Acadiane
Anno 1981 hadden wij thuis twee Citroëns: een GSX en een 2CV4. Het Franse merk met de dubbele Chevron stond daarom bij mij in bijzonder aanzien. Ook om die reden was ik bovenmatig geinteresseerd in de Acadiane van de veelbelovende marathonschaatser. Daarom wilde ik graag een keer bij hem instappen voor de rit naar Heerenveen. En dat gebeurde ook.


“Hij zit maar te lull’n over auto’s”
Onderweg naar Thialf stelde ik de bestuurder van de Franse besteller veel vragen. Die betroffen echter nauwelijks de edele schaatssport. Ik wilde als beginnend tiener vooral het mijne weten over de laadcapaciteit van de Citroën. Over het “niet doorzakken als-ie vol zat”. Over het vermogen van de 602 cc motor. Ik was benieuwd of de bescheiden krachtbron ook in staat was om een zwaar beladen Acadiane vooruit te krijgen. Mijn latere jeugdheld- die al lachend constateerde dat de vragensteller “maar bleef lull’n over auto’s”- gaf antwoord. Hij deed dat op de kordate manier waarop hij als schaatser later definitieve roem vergaarde. “Om ergens te komen moet je gewoon heel hard werken en serieus zijn. Doen waarvoor je op de wereld bent gekomen. Dan kom je er wel. En daarom komt de Acadiane uiteindelijk overal”.

Die woorden werden vier jaar later ondubbelzinnig waargemaakt. Op 21 februari 1985 won Evert van Benthem zijn eerste Elfstedentocht.

 

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *