Motoren te Koop

Cagiva Ala Verde, een goedkope tweetakt

By  | 

In Wezep zagen we een rare ‘Ala Verde’. Het was geen Aermacchi maar een Cagiva tweetakt Ala Verde. De 350 cc exemplaren hadden we al wel eens ervaren. Daar zat ten opzichte van een 350 cc tweetakt uit Japan weinig gang in, maar de 350’s stuurden als scheermessen. En nu stonden we oog in koplamp met een ZGAN 250 cc exemplaar.

En dan hebben we het over een motorfiets met een door Yamaha geïnspireerd blok, een Aermacchi en Harley-Davidson verleden en blijkbaar een leven dat tot op het moment dat we hem zagen heel luxe is geweest. Is de Cagiva SS250 daarom nu een gezochte en peperdure klassieker? Welnee! Maar zo’n hier zeldzame Italiaan is toch een lid van een ooit heel roemruchte familie.

Het merk

Cagiva: Castiglioni Giovanni Varese, Cagiva Motor S.p.A, Schiranna, Varese (1978-ongeveer heden, want het merk komt weer terug, nu met een elektrische motorfiets) was een in 1928 opgerichte firma die kleine dingetjes maakte en zich in 1978 op de motormarkt begaf na de overname van de Aermacchi-fabriek in Varese, die op dat moment eigendom was van Harley-Davidson. De eerste machines heetten daarom HD-Cagiva’s. Er werd in het begin gebruik gemaakt van Aermacchi-blokken.

Een fabriek inclusief alle personeel

In oktober 1979 was Cagiva officieel de eigenaar van de AMF-Harley Davidson fabriek. En de start leek zeker niet fout. Met een personeelsbestand van 150 personen maakte de fabriek jaarlijks zo’n 40.000, 2-takt en 4-takt motorfietsen met een cilinderinhoud van 125 tot 350cc. Die fietsen werden tot dan verkocht onder de naam Harley-Davidson – Cagiva.


Vanaf 1980 gingen de motorfietsen onder de eigen naam Cagiva de fabriekspoorten uit. Vanaf dat moment stond het merk bekend als motorfabrikant met de mogelijkheid om in eigen huis motoren, frames en accessoires te bouwen. Grapjassen verbasterden de naam hier al snel tot ‘cavia’

Een Europese topper

Begin jaren 80 was Cagiva de enige Italiaanse fabrikant die erin slaagde de invasie van Japanse merken te weerstaan. Het aanbod van Cagiva bestond uit motorcross-, enduro-, en modellen voor de openbare weg. In het thuisland was Cagiva marktleider in het segment va de lichtere motorfietsen.

Midden jaren 80 viel Cagiva de zwaardere motorfietsmarkt aan met motorfietsen met heel veel Ducati-genen en motorblokken van 350 tot 1000cc. Cagiva verbeterde de Ducati-motoren, deed meer aanpassingen en binnen korte tijd werd het nood lijdende Ducati weer een belangrijk merk. Ook Moto Morini, MV Agusta, TGM en Husqvarna werden aan het concern toegevoegd. Het was een heel goede zet. Sinds 1985 was Cagiva de grootste motorenproducent buiten Japan.

De Elefant als succesnummer

De allroad Elefant werd een van de meest succesvolle modellen van Cagiva. Maar er waren ook modellen die onder de radar bleven ten noorden van Italië. En de nu wat modieus als ‘naked bike’ gepresenteerde 250 cc tweetakt op de foto’s was daar eentje van. Deze basale tweetakt heette als (soort van) Harley-Davidson nog ss250 en had een vrijwel identiek 350 cc broertje. De machine hoorde bij de reeks 2-takt motorfietsen die werden gebouwd van begin 1970 tot en met 1978 zoals de SX-(de ‘X’stond voor een scrambler uitvoering’) de 350, SS(T)-350, SR-100, Z-90, X-90 en de TX-125. Het basisontwerp van de 250- en 350 cc machines werd toegeschreven aan Yamaha, en dat is zeker niet de slechtste bron die je als Italiaanse motorfietsfabrikant kunt hebben.

Maar de milieueisen stonden al te dringen om de tweetaktmotoren buiten spel te zetten. En bij ons werden de motoren toch gezien als ‘heel elegante Jawa’s’. En wij wilden eigenlijk alleen maar zware motoren. Van de 350 cc versie zijn er hier wel verkocht. En als je er hier eentje vindt, dan is dat vaak een doorleefd exemplaar. Mechanisch kunnen deze motoren dat goed aan. Maar lak en chroom zijn toch wat te Italiaans voor ons barre klimaat. De (250- en 350 cc) exemplaren die in Italië worden aangeboden zijn optisch vaak frisser. Een korte excursie naar de Italiaanse verkoopsites als ‘subito’ leert daarbij overigens dat de (vraag)prijzen in Italië hoger liggen dan de prijs van dit exemplaar. Maar Nederland is blijkbaar nu eenmaal een land waar de klassiekers goedkoop zijn.

Cagiva

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

2 Comments

  1. Rob Remmerswaal

    24 juni, 2019 at 14:53

    Leuk artikel Dolf Peeters !

  2. Bos T.J.M.

    21 juni, 2019 at 22:26

    Interessant artikel!

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *