in

Audi 50. De eerste Supermini uit Duitsland

Beste Klassiekerliefhebber

Geniet van dagelijks gratis verhalen over oldtimers in uw email en schrijf gratis in. 

In oktober 1974 presenteert Audi in de populaire en moderne Superminiklasse een auto die aansluit op de heersende trend van kleinere auto’s met voorwielaandrijving én een vanuit het dak scharnierende achterklep. De Audi 50 is geboren, en deze gaat de geschiedenis in als eerste Duitse Supermini. Audi NSU Auto Union AG zet hoog in met de modern gelijnde voorwielaandrijver.


Reeds in 1968 ontstaan bij Audi de eerste plannen om met een kleine, moderne auto te komen. Wanneer moeder Volkswagen in 1969 NSU overneemt en het markante merk samenvoegt met het in 1965 teruggekeerde Audi, worden de ideeën concreter. In Ingolstadt opent twee jaar later het ontwikkelingscentrum van Audi NSU. Daar start men later met de ontwikkeling van Projekt K50, dat feitelijk de NSU modellen met de motoren achterin gaat vervangen. In een recordtijd van 21 maanden is Projekt Kolben 50 klaar.

“Audi 50, aangenaam”

Het resultaat krijgt de naam Audi 50. Men vindt de merknaam Audi beter passen bij de tijdsgeest, waarbinnen Audi vanaf 1965 dankzij Ludwig Kraus een indrukwekkende come-back heeft gemaakt. Dat gebeurde met moderne auto’s, waarvan de techniek grondvormelijk aansluit bij de nieuwe Audi 50. Bovendien past het eigenzinnige en extravagante NSU minder goed in de filosofie van moeder Volkswagen, ook economisch. Volkswagen voorziet eerder al de nagenoeg marktrijpe NSU K70 van de eigen logo’s.

Fraai ontwerp van Gandini en Luthe

Chef-engineer Ludwig Kraus heeft de leiding tijdens de ontwikkelingsfase. De Audi 50 wordt ontworpen door Bertone’s chef designer Marcello Gandini, Ro80 vormgever Claus Luthe zorgt voor de definitieve lijnvoering van onder meer de zelfdragende carrosserie. Daarbinnen is plaats voor een derde deur en een opklapbare achterbank, uiteraard ten behoeve van de praktische gebruiksgemakken én aansluitend op de trend van die tijd. Ook qua techniek is de Audi 50 in niets te vergelijken met de NSU-Heckmotor voorgangers. De motor is de watergekoelde en dwars geplaatste 1.093 cc OHC krachtbron, die in de Audi 50 leverbaar wordt met twee vermogensvarianten. De choke is automatisch, eerst wordt deze elektrisch verwarmd, hierna neemt het warme koelwater het mechaniek over. De Audi 50 krijgt ongeacht uitvoering schijfremmen vóór en trommels achter, uiteraard is het remcircuit gescheiden. En natuurlijk heeft de nieuweling in de geest van de tijd voorwielaandrijving.

Onderstel en remmen

Aan de voorzijde bestaat het onderstel uit het MacPherson systeem en dwars geplaatste wieldragers. De achterzijde kent een heel andere constructie. Daar zijn de wielen opgehangen aan de semi-starre U-vormige as; de as is aan weerszijden tweevoudig bevestigd. Het is dezelfde constructie als bij de VW Golf, die een ruim half jaar vóór de Audi 50 debuteert. De Audi 50 wordt zowel vóór als achter afgeveerd door schroefveren, de demping vindt plaats via telescopische dempers rondom.

Vermogen afhankelijk van uitrusting

De Audi 50 is bij de introductie verkrijgbaar in LS en GL trim. De LS is al redelijk bedeeld, de GL voegt daar nog meer chroomafwerking, extra tapijt, een dagteller, instaplijsten en een klok aan toe. Bovendien genereert de 1.093 cc motor in de GL 60 DIN-PK. De LS doet het met 50 DIN-PK. Aan de buitenzijde vallen de met rubber ingelegde bumpers en de flank sierlijsten met rubber ten opzichte van de LS op. Ook krijgt de GL een stabilisator achter, en een remkrachtregelaar. In de loop van de tijd wordt ook achterruitverwarming standaard (marktafhankelijk) op de LS en de GL.

Duurder dan een standaard Golf

Audi NSU Auto Union AG steekt behoorlijk hoog in met de 50, ook qua prijsstelling. Want de 50 LS zit prijstechnisch hoger in de boom dan een standaard Golf, die zich afmetingstechnisch een klasse boven de Audi begeeft. Maar alle waar blijkt naar het geld te zijn, hoewel de Volkswagens en Audi’s uit die tijd wél onder behoorlijke roestvorming lijden. Dat is een gevolg van matige roestbescherming en beroerd plaatstaal. Maar toch: De bouwkwaliteit, de afwerking en de rijeigenschappen van de Audi worden in de pers geroemd. En in vergelijkende tests wordt de Audi ook als meer uitgewogen beschouwd dan de Golf. Dat is veelzeggend, want de Golf komt er tijdens zijn beginjaren ook goed af in menig autotest. In ieder geval qua eigenschappen, niet qua basisuitrusting.

Spaarbroer Polo

Het bruggetje naar de Spaarbroer van de Audi 50- de VW Polo- is gemaakt. De Audi 50 maakt een succesvolle start, en onder auspiciën van VW verschijnt in maart 1975 ook de Polo (aanvankelijk alleen met de 895 cc motor, ook een Audi-product) ten tonele. Deze is voorbestemd om de VW 1200 en VW 1300 af te lossen. In de L-versie wordt de koper redelijk bediend, maar de instapversie is uitrusting technisch van een niveau waarbinnen Schraalhans niet eens keukenmeester kan worden. Een echte instapper, en feitelijk is de basisversie van de Polo de allergoedkoopste broer van de Audi 50. Volkswagen dekt daarmee het concerntechnische gaatje in de Superminiklasse af. De Polo ontwikkelt zich vervolgens tot een succesnummer.

Wijzigingen

Terug naar de Audi. In augustus 1976 (naar VW concern traditie de start van het nieuwe modeljaar) wordt de Audi 50 licht gewijzigd. In het kader van de aerodynamica wordt het dak op detailniveau herzien, men voert ook enkele vereenvoudigingen door, zoals bij de ruitensproeier-installatie en de bij de bediening. Verder komt de GLS in de plaats van de GL. De Audi 50 GLS kent net als de GL een fraaie basisuitrusting, en krijgt bovendien nog verstelbare hoofdsteunen en gesloten verchroomde wieldoppen mee. De 50 GLS neemt de 1.093 cc krachtbron met 60 DIN-PK van de GL over. Deze motor is marktafhankelijk nu ook beschikbaar voor de LS. In 1977 wordt ook de 1272 cc motor beschikbaar voor de Audi 50 GLS, Deze krachtbron levert eveneens 60 DIN-PK, maar kent een hoger draaimoment dan de 60 DIN-PK 1.093 cc versie (93Nm om 83Nm bij 3.500 t/pm).

Te vroeg uit productie

Volkswagen krijgt in de gaten dat Audi zich inmiddels heeft opgewerkt tot een merk dat het goed doet binnen het luxere segment. Tegelijkertijd scoren de VW Polo en zéker de VW Golf uitstekend. Dat is het sein voor de marketingmensen in Wolfsburg om dochter Audi NSU Auto Union AG te informeren dat de Audi 50 zijn werk heeft gedaan. Men neemt het besluit om Audi in te zetten voor de luxere midden- en grotere klasse. In juli 1978 stopt de productie van de sympathieke en tamelijk luxe Audi, na een productieaantal van 180.828 stuks. Een interne Golf en Polo concurrent valt daarmee weg. Maar de Audi 50 bewijst in nog geen vier jaar tijd wél dat er ruimte is voor een luxe kleine auto. En ook, dat hij feitelijk te vroeg uit productie wordt genomen.

Bent u klassiekerliefhebber en bevallen u de gratis artikelen? Overweeg dan ook eens een abonnement op Auto Motor Klassiek, het gedrukte tijdschrift. Dat ploft voor een luttele jaarbijdrage elke maand bij u op de deurmat. Boordevol interessant leesvoer, speciaal voor de klassiekerliefhebber. Genoeg om u dagenlang van de straat te houden. En alsof dat niet genoeg is, draagt u ook nog eens bij aan het hele platform voor en door klassiekerliefhebbers. Daarbij heeft zo’n abonnement nog meer voordelen. Kijk maar eens op de link hierboven voor meer informatie. Een preview van het actuele nummer vindt u trouwens via deze link. Dan heeft u alvast wat te lezen, want daarin staan pagina’s van diverse artikelen.



3 Reacties

Geef een reactie
  1. Halverwege de jaren ’70 heb ik veel met mijn Audi 50 LS gereden. Het was een leuk model met vlotte rij-eigenschappen die niet zo kaal was als de toenmalige Polo. Helaas was ik continu roestplekjes aan het bijwerken. De techniek heeft me echter nooit in de steek gelaten. Daarnaast heb ik toen ook nog een 75-er Golf LS met 1.5 liter motor gehad. Ook een vlotte auto, die eveneens roestproblemen had en daarnaast een slok olie lustte wegens verharde klepsteelafdichtingen. De 78-er Golf met een ander type 1.5 liter motor was een heel stuk verder doorontwikkeld. geen roestproblemen mee gehad en de motor liep ook mooier.

  2. De zogenoemde Duitse supermini’s zijn volgens mijn meetlat niet echt ‘super’. Toen niet en nu nog steeds niet. Met name hebben de Italianen en Japanners op dat super-gebied wel wat doordachters te bieden.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

The maximum upload file size: 8 MB. You can upload: image. Links to YouTube, Facebook, Twitter and other services inserted in the comment text will be automatically embedded. Drop files here

Jawa. Vooruit het verleden in

Djet. Vanwege de uitspraak…