in ,

Alfetta en Tozzi. De auto en de artiest komen samen

Auto’s associëren met muziek. Zelf heb ik dat altijd, en vooral onbewust, gedaan. Het leidde soms tot merkwaardige combinaties die dankzij het programma Het Beste van 50 jaar TopPop nieuw elan kregen. Later meer, en zoals gezegd: in het magazine. Nu dacht ik onder meer aan een avontuur met de Alfa Romeo Alfetta, dat ik járen na AVRO’s TopPop beleefde. De Italiaanse Raffaella Carrà zette mij op dat spoor.

Op 20 augustus keek ik een aflevering van het programma terug. Ik genoot weer van die oude Top Pop beelden. En aan het einde van de aflevering was daar Raffaella Carrà. A far l’amore comincia tu. Als zevenjarig jochie zag ik het al, een beeldschone en schier onbereikbare vrouw die met veel bombarie en temperament haar optreden gaf in Top Pop. En toch iets minder Italiaans dan verondersteld. Maar ondertussen, ondertussen.. Die beelden zag ik nu weer.

Carrà. Vrouwelijke Berlina

Ik dacht bij muziek vaak aan bepaalde mensen. En aan auto’s. Scopia, scopia mi sco riep herinneringen op aan de Ford Fiesta van mijn oom Henk en vooral aan de Fiat 127. Temperamentvolle wagentjes in mijn herinnering, de single van Raffaella en de bewegingen van de zangeres pasten erbij. Dat vond ik in 1977 en 1978 al, want ook toen associeerde ik de klanken en het ritme van haar opzwepende million seller met de Ford en de Fiat. En Raffaella zelf? Zij was voor mij de 2000 Berlina van Alfa. Een tijdloze en geraffineerde schoonheid.

Dwarsverbanden tussen muziek en auto

Als muziek- en auto minnend mannetje had ik het vaker: spontaan opkomende dwarsverbanden tussen de heilige koe, de artiesten en hun singles. Ik zal u de meeste voorbeelden besparen, maar ik zag in diverse nummers van verschillende artiesten en bands toch altijd wel overeenkomsten met het ontwerpkarakter van bepaalde auto’s.

Fernando

Een paar voorbeeldjes dan, goed. Fernando van ABBA linkte ik onbewust aan de Renault 12. Amoureux Solitaires van de bevallige en semi onschuldige Lio zag ik vanwege de vileine ingetogenheid nooit los van de 304 van Peugeot. De puike 504 leek “Qui, Jerôme cést moi” ten gehore te brengen. De Fiat 131 Mirafiori was goed voor een merkwaardig tête a tête met Arms of Mary van Sutherland Brothers and Quiver. En veel later zag ik mijn eigen Tipo niet los van meerdere nummers, zoals het prachtige, práchtige Per Amore van Andrea Bocelli en Night Bird van Deep Forest. En nu? Wat link ik aan de Delta? Joe Buck, the way you take time, een mooie plaat die populair was toen ik de Lancia kocht. Als vijftiger heb ik het nog steeds.

Crazy little thing called GSA

Terug naar toen, naar Queen dat met Crazy little thing called love opnieuw eigenheid aan muziek toevoegde. Het stamde uit de tweede helft van 1979, en ik was toen gefascineerd door de aankondiging van de toen nieuwe Citroën GSA. Verder hoef ik u niets uit te leggen, want deze Citroëns wáren in de ogen van de conventie een tikje crazy. Called love? Ik was er smoorverliefd op. Wij hadden toen een GS, dat verklaart ook wel meer dan iets. Da ya think I’m sexy van Rod Stewart koppelde ik aan de Jaguar XJ, onbewust. Ik luisterde naar de nummers en altijd was er een glimp. Nóg is dat soms zo. Al dan niet ingegeven door een herinnering aan een rit waarbij je een specifiek nummer hoorde.  

Compositie, synchroon

Het mooiste dwarsverband tussen de muziek en de auto is voor mij ingegeven door het prachtige Ti Amo van Umberto Tozzi. Toen ik die plaat in 1978 voor het eerst hoorde reed de Alfa Romeo Alfetta direct mijn gedachten binnen. De Alfetta, één van de meest karakteristieke en begerenswaardige berlina’s van de jaren zeventig. Een auto die er ruim vijf jaar was, wonderschoon getekend dankzij Giugiaro. Begeerte, die ontstond door dat tikje dramatiek, de onderhuidse zindering en dat vleugje ongeduld dat de Alfetta uitdroeg. Die mogelijke sprong in het diepe hield mensen toch wég bij de Alfa en de begeerte groeide. Dit was zo’n auto waarbij je het gevoel waarmee hij was getekend één op één overnam. En zo was Ti Amo ook geschreven en gecomponeerd.

De Alfetta. Schepping

Een kleine twee decennia geleden reed ik- op uitnodiging van een collega- met een tamelijk vroege Alfetta. Ik weet het nog precies, ik zat fantastisch, het stuurwiel was van hout en ik wist wéer waarom een transaxle constructie een auto echt naar een hoger plan brengt. Het motorgeluid. Adembenemend. De wegligging, die vond ik fenomenaal. En die typische, onder de huid kruipende ontwerpstijl. Zó hoorde een auto geconstrueerd, bedacht, getekend te worden. Dan mocht je over een schepping spreken. Dank u lieve Heer.

De verbeelding herleeft

De Alfetta droeg een historisch correcte Philips radio en wij besloten om die in te schakelen. Radio 2 ervoor en of u het gelooft of niet: na twee nummers kwam Umberto Tozzi langs. Dat was onbeschrijflijk, ik had het kippenvel op de armen staan, en alles zinderde. Sommige auto’s doen dat met mij. “Dit is genieten hè”, zei mijn collega. Ik knikte. Ondertussen hoorde ik Tozzi en de Alfetta elkaar versterken, en ik wist: Ti Amo en de Alfetta waren volkomen voor elkaar geschapen. Nooit pasten een hitsingle en een auto beter bij elkaar. Hier herbeleefde ik de verbeelding uit mijn jeugd. Hier herleefde mijn samenkomst van Alfa Romeo en Tozzi uit 1978. Een persoonlijk cirkeltje kwam rond. En zelden was ik gelukkiger achter het stuur van een automobiel.

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

4 Reacties

Geef een reactie
  1. De muzikale assoiaties die ik heb met mijn wagenpark?
    Mijn eerste Kadett City SR(!): Euritmics’ Must be Talking To An Angel.
    Ter ere van de aanschaf van de MGB GT (rubber bumper) kreeg ik van mijn moeder ‘Fast Car’ van Tracy Chapman.
    Toto’s ‘Africa’ brengt me terug naar mijn nog rijbewijsloos bestaan toen ik meereed met een buurjongen in zijn MB 280 SE.
    In mijn huidige Abarth Grande Punto luister ik veel naar Pink Floyd, het latere werk.

  2. Mijn eigen dwarsverband tussen muziek en auto: R.E.M. met “Losing my religion” en mijn roze Peugeot J7 campertje uit 1978, die ondertussen alweer 25 jaar op de eeuwige jachtvelden rondknort:

    in 1990 met een groep van zeven vrienden, waarvan twee op de motor, in het busje op vakantie naar Hongarije en Italië. Een enorme hoop lol en wat hebben we die hit grijs gedraaid onderweg.
    Als ik het nummer nu nog hoor, dan denk ik automatisch terug aan die reis.

  3. Prachtig artikel, Erik! Italiaanse muziek en Alfa’s zijn een perfecte combinatie! Ik vertrek morgen met mijn Brera naar la douce France; als soundtrack voor onderweg neem ik wel jaren-80 Franse muziek mee zoals Jeanne Mas, Mylène Farmer, France Gall, Patricia Kaas, Axel Bauer …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *